© Long’s column – 1 november 2006

De afgelopen maand heb ik mijn verjaardag gevierd. Drie-en-zestig alweer.
Dat had ik een jaar geleden even niet meer verwacht.
Als je vlak voor je 62e een hartvarken over de vloer krijgt, dan wordt het begrip “toekomst” opeens héél smal.
Intussen ben ik ook al weer een jaar “uit de running”, althans wat het theater betreft, en ik was benieuwd hoe vergankelijk “de roem” nou eigenlijk is en hoe snel die vergankelijkheid zich voltrekt. Ik bedoel; aan de ene kant zijn er blijkbaar nog steeds mensen die bloemen leggen op het graf van Rudolph Valentino, de beroemde Hollywoodster uit de tijd van de stomme film, maar Corry Brokken is bij wijze van spreken allang vergeten hoewel die nog tot de levenden behoort.
Ik heb ook nooit in de veronderstelling verkeerd dat Nederland massaal zelfmoord zou plegen als de heer Long het leven verlaat en als Marco Borsato verstandig is, doet hij dat ook niet.
Toch viel het me mee, eerlijk gezegd. Het aantal kaarten en brieven met gelukwensen was wel wat minder, maar op www.robertlong.nl waren er toch heel wat felicitaties en vrolijke e-mailwensen.
Waarvoor ik iedereen graag hartelijk wil bedanken.
Toch ontbraken er nu, een jaar later, een aantal gelukwensen van mensen die zich, al heel lang “je trouwste fan” of “je grootste fan” noemden.
Daar ben ik niet bitter over, of verdrietig, want ik realiseer me al jáááren dat populariteit een zeer vluchtig iets is. Ik deed wat ik deed (en nog steeds doe) dan ook niet zozeer voor “mijn publiek” als wel voor mijn eigen genoegen.
Ik heb altijd liedjes geschreven omdat ik dat zelf graag doe. Ik maak platen omdat het zo’n fantastische klus is om met een stel gelijkgestemden iets te maken waarvan je zelf het meest geniet.
Op die manier ben ik nu ook aan mijn serie kinderboeken bezig. Het bedenken en schrijven ervan is uitermate prettig en het maken van de bijbehorende tekeningen gaat gepaard met het draaien van mooie cd’s.
Dus stel dat ik weer zou gaan optreden, doe ik dat vooral omdat ik het zo prettig vind om het publiek een fijne avond te bezorgen. En zeker niet omdat ik denk dat “mijn publiek” geen doel meer in het leven zou kunnen vinden als hun idool niet meer voor ze zingt.
Toch kriebelt het weer een beetje. Sterker nog; er bestaan serieuze plannen om weer de bühne op te klauteren. Niet met een eigen programma, maar als gast bij een groep zéér muzikale collega’s.
Meer wil ik er voorlopig nog niet over zeggen, temeer daar het pas in het najaar van 2007 moet plaatsvinden. En met maximaal 60 tot 65 voorstellingen.
Weet je wat ik, tijdens het tekenen van mijn kinderboeken heel veel gedraaid heb?
Een cd van Von Bergh.
Wie?
VON BERGH.
Een groep muzikanten/zangers uit Limburg, die een prachtige, eigenzinnige cd hebben gemaakt met liedjes van Berthold Brecht en Jacques Brel.
Een heel bijzondere cd.
Als je van De Dijk houdt, of van Marco Borsato, Alie B of Lange Frans, dan zul je er misschien niks aanvinden.
Maar als je onbevooroordeeld kunt luisteren naar een ploegje gedreven muzikanten, dan kan ik die plaat van harte aanbevelen.
Ik vrees dat je hem nooit op de radio zult horen en in de gemiddelde (dus nogal lamlendige) platenwinkel niet kunt kopen.
Maar als je naar www.vonbergh.info gaat, kun je hem (misschien) (hopelijk) bestellen. Mocht je hem kunnen bemachtigen, moet je hem niet maar één keer draaien, maar minstens 10x achter elkaar. Dan gaat hij nooit meer uit je kop.
Hoe ik persoonlijk de komende tijd door moet komen weet ik niet, want als ik de tv aanzet, hier in Italië, op de Nederlands/Vlaamse wereldomroepzender BVN, word ik te pas en te onpas getrakteerd op die onbetrouwbare tronies van Jeetje Peetje Balkeneetje, draaikontje Bos, Ratelende Rutte, Schaterende Zalm, Huichelachtige Halsema en de verschrikkelijke Verhagen.
Ik kan werkelijk geen lijsttrekkers meer zien.
Noch hun journalistieke gesprekspartners, met hun politieke barometers, peilingen en prognoses. Meeluller Roosenmuller gaat met de lijsttrekkers op pad in het buitenland.
New York, Jerusalem, Italië.
Natuurlijk niet met de kleinere, waaruit wellicht nog eens een echte discussie kan ontstaan, maar met de vier of vijf grootste spreekstalmeesters.
Het is dat ik niet in God geloof, want anders zou ik toch echt denken dat dat wel een enorme sadomasochist moet zijn om dit geouweneel voort te laten bestaan.
Gelukkig voor de mensheid ben ik God niet, want anders zou ik toch allang besloten hebben dat mijn schepping totaal mislukt is, althans waar het de politiek betreft.
En dus zou ik voor 22 november, of wanneer die schijnvertoning mag plaatsvinden, het eind der tijden definitief laten ingaan.
De journalistiek heeft het maar steeds over de komende titanenstrijd tussen Balk en Bos.
TITANEN!
De omschrijving van “titanen” luidt, in de van Dale: “Lid van een reuzengeslacht dat de strijd met de goden aanbond, doch verloor (mythologie). Iemand die op onstuimige, heroïsche wijze stormloopt tegen de heersende opvattingen op enig gebied.”
Wie in het lijsttrekkersoepje een reus kan ontdekken, wint een zwaar verzilverd theelepeltje.
En wie kan ontdekken tegen welke “goden”de strijd wordt aangebonden krijgt een gouden koffielepel.
En wie kan aantonen dat er iemand het predikaat “heroïsch” verdiend, wordt opgesloten in een inrichting.
Nou ja, wie er ook komt te zitten op het comfortabele pluche; leuker zal het niet worden.
En ook niet makkelijker.
Ik zet Von Bergh nog maar eens op.
Tot later,
Robert Long.
Copyright © 2006, Robert Long
sukkel, jij spoort niet
11 Mei 2009 10:54 Antwoorden op