© Long’s column – 1 oktober 2006

Eind september was ik weer thuis, in Italië. Een maand lang waren we druk in de weer om allerlei afspraken af te handelen die betrekking zouden kunnen hebben op het leven dat voor me ligt. Uitgevers, producenten, muziekbedrijven, zakenlieden.
Voorstellen beluisteren en suggesties doen tijdens de koffie, plannen maken of verwerpen tijdens lunches en hopen dat daar voor een behoorlijk deel iets van terecht gaat komen.
Voor vertrek nog een afsluitend gesprek en bloedonderzoek in het AMC, want het is een jaar geleden dat het hartvarken mij besprong. Met wat hulp van de farmacie moet ik nog een tijdje meekunnen en hoop ik binnen niet al te lange tijd weer de oude te zijn. Daar wijst de uitslag van het bloed in elk geval op.
De zaterdag voor mijn vertrek nog het genoegen gehad om de premičre bij te wonen van Willeke Alberti’s 50 jarig jubileumprogramma, waar in het orkest ook Peter van der Zwaag meespeelt, met wie ik dit seizoen anders onderweg zou zijn geweest.
Een beminnelijk mens, en een voortreffelijk muzikant.
Ik hoor Willeke graag zingen, maar ik heb misschien nog wel meer genoten van de manier waarop Peter muziek maakt. Hij speelt niet alleen mooi qua klank, maar ook qua houding.
Heel even moest ik dan ook wel slikken, omdat hij niet met mij kon werken.
’s Maandags stapte ik wat laat ik m’n auto om te vertrekken. Normaal doe ik dat zo rond 11 uur, maar nu was het al bijna half twee voor ik Antwerpen achter me had.
Hond en poes achterin en vanaf Luxemburg regen op de voorruit.
In Frankrijk kwam daar ook nog wat mist bij en een bekeuring wegens te snel rijden. In Duitsland werd het al schemerig en in Zwitserland werd aan de weg gewerkt. Wat zeg ik? Werd aan alle wegen gewerkt.
Als je de grens overkomt bij Bazel, is het meteen raak: 60 km per uur. Dat duurt ki-lo-me-ters!
Dat ijverige Zwitserse volk is, naar mijn ervaring, altijd wel ergens aan de weg bezig.
En zo niet, stort er wel ergens een tunnel in of dondert er een paar ton rots naar beneden. Zodat ze dus weer lekker aan de slag kunnen. Maar daar betaal je dan ook jaarlijks 40 Zwitserse franken voor.
De grootste industrie van Zwitserland is, volgens mij, niet de banken of uurwerken, maar verkeersborden.
Het is helemaal niet gek als je, over een afstand van nog geen 10 kilometer, de opdracht krijgt om 80 te rijden, dan 120, daarna 100, even later 60, weer wat verder 80, vervolgens 100, 80, 120 enzovoort.
Bij de Gotthardtunnel gekomen, bleek die gesloten te zijn, dus moest ik in het stikdonker over de pas, in regen en mist en dat scheelt al weer gauw een halfuurtje. Ach, ’t is maar 40 frnaken. In een uurtje op de kermis ben je meer kwijt.
Ik verwachtte eigenlijk een redelijk uitgebloeide herfsttuin aan te treffen, maar op de 3e dinsdag van september scheen de zon en bleek er nog volop kleur. Gele helianten, paarse en witte herfstasters, volop rozen, dahlia’s en anemonen.
Ook de moestuin had de moed nog niet opgegeven, zodat ik de eerste dagen druk was met het maken van druivengelei, paprika-tomatensaus en pruimenjam.
Maar natuurlijk eerst de troonrede. Of ik wil of niet; ik moet die malle hoedjesparade zien als het maar even mogelijk is!
De dames van de regering hadden er weer eens echt werk van gemaakt.
Eentje had er zelfs vliegtuigjes op weten te frommelen. Blijkbaar als “een statement tegen de Joint Strike Fighter”.
Ik zie nog eens aankomen dat er straks één of andere troela met molentjes op haar kop de ridderzaal binnentrippelt.
En natuurlijk de troonrede zelf. Zoals de Majesteit dat doet: onovertroffen.
Als ik iets wil zeggen met een dropje in mijn mond moet ik al oppassen dat het niet onverstaanbaar wordt, maar Trix weet die hele flauwekul vlekkeloos op te lezen met een hele zal hete aardappelen in haar melik.
Als over een tijd Wim-Lex die taak overneemt, dan zal ik z’n moeder nog gaan missen, dat weet ik nu al.
Of zou, als Nederland straks een koning heeft, het mannelijk deel van de regering de kans schoon zien en ook iets mals gaan aantrekken?
Dat we naast alle krankzinnige hoofddeksels opeens de heren zien opdagen in allerlei uniformen en andere leuke pakjes. Dat zou pas ludiek zijn: Balkenende als generaal, Bos als brandweerman, Maxim Verhagen als paus, Marijnissen als politieman en Wilders als…eh… Indiaan. Een soort Village People.
En dan aan het eind ook niet meer: Leve de koning en drie keer hoera, maar dat ze allemaal, op de melodie van Y.M.C.A. uitbarsten in: Long Live the King.
Daar zijn we dan wel aan toe, na I love invoegen, I love de maximum snelheid en al die dingen die het liefst FUN moeten zijn.
De dagen na de troonrede waren zo mogelijk nog meer fun.
Het hele kabinet dat jubelde hoe goed ze het zelf hadden gedaan en de complete oppositie die, na jaren gemummel, opeens wist te vertellen dat het allemaal geknoei was en dat zij, straks, na de verkiezingen eens zullen laten zien hoe het echt moet.
Wouter Bos voorop, met z’n lekkere draaikontje, gevolgd door Femke Halsema met haar meewarige “niet roken als er iemand kijkt” lachje en Marijnissen die kan roepen wat hij wil, maar die ook wel weet dat ie waarschijnlijk nooit in de regering komt.
Dit alles aan elkaar genaaid door Ferry Mingele en Clairy Polak. Heerlijk, heerlijk.
Maar goed, ik ben weer thuis en ga me zo zoetjes aan buigen over de toekomst.
De serie kinderboekjes die ik wil tekenen en schrijven, het kookboek dat ik straks ga vormgeven, de musical die ligt te wachten, de nieuwe liedjes voor een volgende CD die ik over een tijdje hoop te gaan maken: plannen genoeg.
En dat vind ik eigenlijk de grootste fun van het bestaan: het maken van plannen.
Het lijkt me verschrikkelijk om de laatste tien, twintig jaar van je leven geen plannen meer te hebben, geen enkel doel, niets waarop je je nog kunt verheugen.
Nu, ruim een jaar na het hartvarken, begin ik me weer op van alles te verheugen. En dat is een prettig gevoel, dat ik iedereen van harte gun.
Tot later,
Robert Long.
Copyright © 2006, Robert Long
tja... . Things happen. MAAR WAAROM ALTIJD BIJ DEZE SOORT MENSEN!!!!!!!!!
19 Januari 2008 06:56 Antwoorden op Zie berichten