
Tussen de aanvraag bij de Italiaanse PTT en het daadwerkelijk functioneren, zaten bijna twee maanden.
Terwijl ik heb begrepen dat het een kwestie is van een modem installeren en ergens in een centrale een knop indrukken.
Maar goed, uiteindelijk werkt alles, en kan er van hieruit ook gekeken worden naar de reacties op de vernieuwde website en het commentaar op de columns.
En die zijn ontzettend positief!
Het grootste deel van de bezoekers is erg enthousiast, ondanks wat – hopelijk snel verholpen – kinderziektes en wat ik heel plezierig vind, is dat fans en belangstellenden nu ook een berichtje kunnen nalaten.
Ik ben dan ook van plan om daar, via deze stukjes zo af en toe op te reageren.
Omdat een aantal verplichtingen ons naar de lage landen riep, gingen we eind augustus weer even die kant op.
De week voor vertrek vielen we in de compensatieregeling die de natuur kennelijk in petto had, i.v.m. de gortdroge periode daarvoor.
Tijdens één van die buien als wolkbreuken, viel er in een half uurtje zoveel water, dat er in ‘n grote plasticbak die buiten stond, zeker zo’n 60 cm water zat.
En twee dagen later, in het Zwitserse Lugano, niet ver van waar wij wonen, stortte er op een bepaald moment zoveel water uit de hemel, dat de straten er uitzagen als kolkende rivieren.
Wij stonden te schuilen en zagen de deksels van rioolputten, in het wegdek, omhoog gedrukt worden en op het eruit spuitende water dansen.
Alles tegelijk: donder, bliksem, hagel en regen.
Een handvol dapperen waadde door het kuithoge water.
Later bleek dat bij sommige mensen de hele moestuin totaal verwoest was door de hagel.
Kapotte tomaten, doorzeefde komkommers, geplette druiven, verpieterde bonenstruiken, geruïneerde bladgroeten, beschadigd fruit. Daar heb je dan vanaf het voorjaar voor gemest, gewied, gesproeid en gesnoeid!
Hoe dan ook, de zomer is alweer een aflopende zaak.
In Lugano was het ’s middags rond drie uur zo donker, dat de winkels hun lichten ontstaken waardoor het opeens even leek alsof we in de periode voor kerst waren beland.
En opeens kreeg ik zin in winterjassen, truien, kerstbomen en kaarsjes op tafel.
Op 24 augustus!
Nou ja, zo gek is dat nou ook weer niet, want ik las dat het beroemde Londense warenhuis HARRODS ergens voor in augustus zijn kerstafdeling al had geopend.
En je zult zien dat er gaandeweg in september al weer banketstaven verschijnen, evenals speculaas en borstplaat.
Het zou me zelfs niet verbazen als komende generaties geconfronteerd gaan worden met één gigantische keten van commerciële feestdagen.
Zodra december voorbij is: de winkels vol met valentijnartikelen.
Direct daarna paasaanbiedingen, omrankt door moeder- en vaderdagetalages, even onderbroken door de vakantiemaanden en vervolgens op naar dierendag en dan weer volop Sinterklaas, kerst, oud en nieuw.
Ik hoop het niet meer mee te maken.
Vroeger liet ik me nog wel eens verleiden door voedsel dat eigenlijk in een bepaald seizoen niet thuishoort.
Aardbeien met de kerst. Of asperges.
Of ik vroor een paar kilo van die zomerse zaken in, zodat je er, het hele jaar door, af en toe van kon genieten.
Doek niemeer. Nee, benkmee opgehouwe.
Het is veel leuker om te wachten tot dat lekkers er weer aankomt.
Verse artisjokken, de eerste asperges, verse aardbeien, Hollandse nieuwe, jonge kapucijners.
Zaken om naar uit te kijken en je op te verheugen.
Toen ik pas in Italië woonde, zo’n 20 jaar geleden, kon het gebeuren dat er opeens geen sinaasappels meer waren. Dan was het seizoen voorbij.
Ik hou wel van die afwisseling der seizoenen.
Een land waar het klimaat altijd hetzelfde is, zou mij niet boeien.
Juist die afwisseling tussen licht en donker, warm en koud, kleur en grauwheid, vind ik heerlijk.
Hier in Italië loop ik bijna de hele zomer met alleen maar een katoenen lap om m’n heupen. Althans op eigen terrein.
En straks komt de lange broek weer, de sokken, sjaals en windjacks.
Ieder jaar geniet ik weer van de eerste wilde primula’s in de tuin, de forsythia, de blauwe regen. En daarna de overdaad aan kleur en geur, verse basilicum, rozemarijn, peterselie, jasmijn, lavendel.
Je weet dat je straks weer aan de slag moet om de pruimen tot jam te verwerken, de tomaten tot saus te maken, en sap van de druiven.
Elk jaar opnieuw die opwindende cyclus.
Ik weet dat er mensen zijn die het liefst ook zelf steeds weer opnieuw zouden willen beginnen. Van piepjong, via jong naar volwassen naar oud.
Hoewel dat laatste ze meestal het minst bevalt. Maar dat geldt niet voor mij.
Ik vind één complete cyclus voldoende. Ik zou niet graag nog eens al die stadia moeten doorlopen tot waar ik nu ben. Eén levenslente, één zomer, één herfst en één levenswinter lijkt me ruim voldoende.
En hoewel ik ervan uitga dat ik nog aan de herfst bezig ben, kijk ik af en toe met belangstelling naar het laatste seizoen dat zich t.z.t. zal aandienen. Althans dat hoop ik.
Maar eerst zou ik nog graag een tijdje de vruchten kunnen plukken die zich gevormd hebben in de voorgaande seizoenen.
Waarin gezaaid is geweest en gewied, gemest en begoten, besproeid en gesnoeid.
En dan maar hopen dat de hagel uitblijft. Dat de vorst niet intreedt voordat de oogst van het land is.
Bovendien bestaan er ook wintergewassen en die ben ik nu aan het zaaien.
En hopelijk kunnen we daar, later, nog veel plezier van hebben, samen.
Ik verheug me alvast op de winter.
Tot later,
Long.
Copyright © 2006, Robert Long