"Dood maken"
Heel zoetjes aan lijkt het erop dat mijn leven weer wat normaler wordt.
Het is ongeveer een half jaar na het infarct en er komt weer iets van een ritme terug. Weliswaar dus geen optredens meer, niet meer het oude patroon van rond drie uur 's middags op weg naar een theater, geen fans na afloop van de voorstelling, niet meer om drie uur 's nachts terug zijn, kortom, geen job, geen collega's, geen georganiseerde drukte.
Maar heel voorzichtig, heel rustig, pak ik de draad weer op.
Ik werd gevraagd voor een radiocommercial die vanaf 17 maart wordt uitgezonden, de CD staat in de startblokken, voor ergens in april en de website wordt grondig vernieuwd.
Het zijn allemaal geen wereldschokkende gebeurtenissen, maar toch krijg ik het gevoel dat er weer een beetje schot in de zaak komt.
Binnenkort krijg ik de uitslag van een inspanningsproef (elektroden op je lijf en dan lopen en fietsen). Dan zal blijken hoe groot de schade nog is en wat er is verbeterd.
Als dat redelijk blijkt te zijn, dan richten we de blik weer op de toekomst. En dan trek ik een denkbeeldige streep onder het hoofdstuk "hartprobleem".
Is er veel veranderd?
Ja en nee. Het leven is gewoon doorgegaan, net zoals het zou zijn doorgegaan als ik vorig jaar de geest zou hebben gegeven.
Politici hebben zich, zoals altijd van hun draaikontherigste kant laten zien, tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Ik zag vrouwtje Halsema voor de zoveelste keer bezorgdheid veinzen. Wouter Bos liet voor de honderdste keer de indruk ontstaan dat "de gewone mensen" hem aan het hart gingen. En Maxima Verhagen probeerde ons opnieuw te overtuigen van zijn sociale betrokkenheid. Het gekke is dat dat iets geruststellends heeft.
Het maakt niet uit of je dood bent of niet; de draaikonterij gaat gewoon verder.
Nu van Aartsen en Wiegel, als de spreekwoordelijke ratten, het zinkende VVD-schip hebben verlaten, komt de volgende glibberige paling uit de politieke emmer met snot omhoog gekronkeld en ik vermoed dat we nog veel van Mark Rutte zullen gaan horen.
De zittende coalitie blijft zolang mogelijk doormodderen onder het moto "het karwei afmaken", "de klus voltooien" en meer van dat soort etterige clichés.
"De klus afmaken" betekent vooral: belasting innen door middel van het opvoeren van het aantal bekeuringen.
Als er in Amsterdam te weinig boetes zijn geïncasseerd, organiseren ze aan het eind van de maand nog snel een paar fuiken waarin de argeloze fietser nog effe gauw wordt bekeurd omdat hij/zij geen bel op de fiets heeft.
Alsof je in die stad sowieso langer dan anderhalve dag met een bel rond kunt rijden voordat ie wordt gejat.
Ik ging recentelijk met de metro naar het Amsterdamse centrum. Bij het station van bestemming gekomen, stond er een kluitje allochtone medemensen voor de metrodeuren. Ik kon er niet uit. De deuren sisten open en ik tikte één van de Islamitische jongelui beleefd op de schouder. Of ik er even langs mocht.
"Raak me niet aan!!" was het antwoord.
"Blijf met je poten van me af! Ik ga je dood maken man! Ik ga je doodmaken".
Niemand zei wat, deed wat, reageerde.
Ik was zo wijs om niks te zeggen. Maar wat was ik graag jonger, sneller en getrainder geweest.
Met liefde had ik mijn elleboog vol in zijn gezicht geramd. Maar dan had ik nu waarschijnlijk dood op het perron gelegen.
Ik hou niet van geweld, maar blijkbaar lustten zij er wel pap van.
Toen ik 's nachts terug ging, weer met de metro, stonden er, rond 23:00 uur, vier, ik herhaal VIER geüniformeerde controleurs te loeren of er niemand stond te roken.
Een dag later liep ik over een trottoir met twee kennissen. Van de andere kant naderden drie jonge� eh� nou ja, medelanders. Stoer naast elkaar, handen breed uit in de zakken van hun jacks.
Uit voorzorg hield ik mijn pas in. Toch wisten ze zich zo breed te maken dat ik me zijdelings langs hen wurmde want ik vermoed dat ze lichamelijk contact niet zouden waarderen. Dan zouden ze me wellicht hebben willen doodmaken.
Twee dagen later bezocht ik vrienden in Amsterdam Zuidoost.
Een autovrij, groen en rustige flattenwijk aan de Gaasperplas.
Sara, onze hond drentelde rustig mee. Een agent op een fiets hield me staande en meldde dat ik mij in een gebied bevond waar een "aanlijngebod" gold. Sara gaat alleen aan de lijn als we in een drukke stad zijn, dus had ik die riem in de auto, op de parkeerplaats. Tenslotte heb ik mijn hond niet voor niets streng maar liefdevol opgevoed, zodat ze naar me luistert en in de buurt blijft. Ik diende onverwijld de riem te gaan halen op straffe van een bekeuring.
In dezelfde stad, het royaal gedogende Mokum, heb ik eens een louche man, in een geblindeerde auto, tegen een agent horen zeggen "En nou heel gauw oprotten", hetgeen de brave gezagsdienaar dan ook prompt deed!!
Als ik straks niet meer regelmatig naar het ziekenhuis hoef voor controle, hoop ik weer een poos in Italië te zijn. In het corrupte systeem van Berlusconi.
Bij mij in de buurt is er geen metro, de twee plaatselijke politieagenten en ik groeten elkaar vriendelijk, al is het vier keer op een dag en als ik aan de lokale parkeerpolitie vraag of ik mijn auto even op de verkeerde plek mag parkeren om een brief te posten, zegt ie: "Maar natuurlijk, maar zet hem dan wel even op de stoep".
Toen ik mijn auto eens - fout - in een bocht van de weg had geparkeerd en er een Duitse touringcar tegenaan reed, zei de plaatselijke agent: "Che cazzo!" ("Wat een lul!") Want een beetje chauffeur neemt die bocht ruim genoeg.
We vulden de schadeformulieren in, ik bekende schuld, maar de agent zei: "Als ie had kunnen rijden hadden we dit geouwehoer niet gehad".
We schudden elkaar de hand en dat was dat.
Wat een corrupt zootje.
Ik had nog willen zeggen "Ik ga jou doodmaken man".
Maar hij stond al in de bar op de hoek en sloeg een grappa achterover. Om één uur 's middags.
Waar moet dat heen met Italië!?!
Tot later,
Robert Long.
Long. ©
Berichten:
U was en bent een wijs man. Alleen beseffen zij het nog niet.
24 September 2007 18:44 Antwoorden op