Robert Long
Nederlands Deutsch

Leden login

e-mail
 

Voornemen. D.V.

Je kunt je van alles voornemen, zoals elk jaar weer gebeurt. "Op 1 januari ga ik…", afvallen, stoppen met roken, en vul het allemaal zelf maar in.
Meestal gaat het op 3 januari al mis en op 15 januari is 70% van alle voornemens alweer vergeten of op de schroothoop beland. Je kunt nog zoveel van plan zijn,maar de mens wikt, edoch God (of het lot zoals de niet gelovige zegt) beschikt.
Vroeger, toen godsdienst nog impact had, wilde men achter voorgenomen acties nog wel eens D.V. zetten, Deo Volente, als God het wil, maar met of zonder D.V., een voornomen is een twijfelachtig ding.

Zo had ik me, na mijn hartvarken en afgaande op wat de kenners erover zeiden, voorgenomen om in Januari weer te beginnen met de repetities voor "'n Duivels Genoegen" en in Februari weer op pad te gaan.
Als een soort oefening vooraf waren we in December al bezig geweest om de bijhorende CD voor te bereiden.
Veertien nieuwe liedjes en het leek erop dat ik de draad die in September even geknapt leek te zijn, gewoon weer kon oppakken.
Met Kerst en Oud en Nieuw nog wat extra opladen in Italië en dan weer lekker aan de slag.
Tenslotte had iedereen die er verstand van heeft, me al in het ziekenhuis gezegd dat ik na een maand of drie alweer aardig op de goeie weg zou zijn.
Zeker als ik gezond zou eten, meer zou bewegen, zou stoppen met roken etc.

En inderdaad mijn conditie ging vooruit, ik kreeg weer zelfvertrouwen en begon me geestelijk voor te bereiden op de nieuwe show.
Maar toen sloeg de twijfel toe.
Als ik eraan dacht dat ik binnenkort weer het toneel op moest, brak het zweet me uit. Ik begon te twijfelen of ik het elke avond zou redden, van acht tot elf.
De cardioloog had al eerder gezegd dat het wel eens zwaar tegen kon vallen als ik weer zou beginnen. Mijn hart sloeg onregelmatig wanneer ik me voorstelde hoe ik een hele avond moest vullen met praten, bewegen en zingen.
Dat mijn emotionele toestand nogal labiel was, wist ik al langer.
Maar nu het tijdstip naderde waarop er ook werkelijk iets van me verwacht werd, zonk de moed me in de schoenen.
Huilbuien, paniek, benauwdheid en de angst dat het publiek zou denken dat ik me "er aardig doorheen had geslagen".
Dat men na de voorstelling zou zeggen: "Hij heeft zijn best gedaan".
Of nog erger, dat ik, zoals Tommy Cooper destijds, opeens om zou vallen, tijdens de voorstelling.

Het resultaat van al dat gepieker is dat ik heb besloten om de hele tournee af te zeggen.
Of, zoals dat in de balletwereld heet: my dancingdays are over.
Een verschrikkelijk moeilijk besluit, maar ik kan de gedachte niet verdragen dat ik een middelmatige prestatie zou leveren.
De beslissing om te stoppen, leverde nog meer huilbuien op, want het betekent ook dat de mensen met wie ik zo fijn en intens aan het repeteren was, tot aan m'n hartvarken, ook opeens in de zorgen zitten.
Mijn orkest, de technici, licht, geluid, decor, kleding, vervoer, tourneeplanning, alles is opeens van de baan.
Om nog maar te zwijgen van de theaters die zo vriendelijk waren om voorstellingen te verzetten naar een andere datum.
En de teleurstelling van iedereen die al een kaartje had voor het nieuwe seizoen.

Aan de andere kant is het misschien wel het begin van een nieuwe periode.
Ik heb nog plannen voor de komende twintig jaar, dus men is nog niet van me af, hoop ik.
Er liggen nog stapels ideeën voor boeken, musicals en toneelstukken, maar voorlopig zal 'n Duivels Genoegen ook mijn laatste CD zijn. Ik geloof dat het belangrijk is dat ik eerst maar eens hard aan mijn eigen conditie, m'n eigen herstel ga werken.
Drie maanden is misschien genoeg om weer redelijk te kunnen functioneren. En ik denk dat je, na een hartvarken, best in staat bent om weer een beetje mee te draaien in de maatschappij. Maar je moet ook kunnen berusten in het feit dat er grenzen zijn die je (nog) niet kunt overschrijden.

Mijn voornemen voor 2006 is dan ook eigenlijk heel simpel: werken aan mijn gezondheid, zowel fysiek als psychisch.
Dat betekent dus dat ik nog heel veel zal moeten trainen om weer werkelijk fit te worden (wat ik helaas nog niet ben).
Dat ik weer moet gaan geloven dat een man van 62 nog een heleboel actieve jaren voor de boeg kan hebben en dat het theater het ook zonder mij wel zal redden.

Voor diegenen die denken dat dit een sombere column is: dat klopt, want het voelt als een afscheid. Aan de andere kant zou het best eens kunnen zijn dat ik over een jaar zeg: dit had ik tien jaar eerder moeten doen.
We zullen elkaar dus voorlopig niet in het theater ontmoeten, maar dat betekent niet dat ik niet van plan ben om nog heel veel mooie dingen te maken.
Zolang als er nog mensen zijn die genieten van wat ik doe, geniet ik van de dingen die ik maak.
Een tijdje geleden kreeg ik een brief van een meneer die schreef dat zijn vrouw in coma lag.
Ze was een Robert Long fan.
De man had ergens gelezen dat comapatiënten, ondanks hun bewusteloosheid, dingen konden horen.
Hij vroeg aan de arts, die zijn vrouw behandelde, of hij muziek mocht draaien voor zijn echtgenote. Daar had de arts geen bezwaar tegen. De man draaide toen één van mijn cd's en de vrouw kwam uit haar coma.
Dat is voor mij een goeie reden om nog heel lang door te willen gaan.
En dan is het totaal niet van belang of ik gedraaid word op de radio, in de top 2000 voorkom of niet, of bij de 100 beroemdste Nederlanders hoor.
Waarmee ik maar wil zeggen dat het mijn voornemen is om nog heel lang doende te zijn.
Ook al zou ik nooit meer in het theater te horen zijn.
En dat voornemen blijft van kracht, ook na 3 of 15 januari.

Tot later,
Robert Long

Long. ©  

Verstuur een bericht



Voer de letters of cijfers in die je in de afbeelding hieronder ziet:
image code


 

"Laatste column"
19 December 2006

“Laatste kostuum”
1 December 2006

Ga stemmen
15 November 2006

“Losse notities”
1 November 2006

“Misse present”
17 Oktober 2006

Fun
1 Oktober 2006

Goed en kwaad
15 September 2006

“Seizoenen”
1 September 2006

"Service"
16 Augustus 2006

"Ontevreden wicht"
1 Augustus 2006

Paradijs
24 Juli 2006

"Overzicht"
19 Juni 2006

Paginas: 1 2 3
 
 
 

Copyright © 2006, Robert Long